De nieuwe berekening van de 80%-regel bij een IPT

11/10/2022

Als zelfstandige reken je niet zonder slag of stoot op een overvloedig pensioen. Gelukkig zijn er aan aantal opties om aanvullend aan pensioensparen te doen. Het aanvullend pensioenkapitaal dat een zelfstandige opbouwt binnen een IPT-verzekering, mag echter niet meer bedragen dan 80% van het normale bruto jaarloon van het laatste jaar. Bij de bepaling van dit maximumbedrag, wordt ook rekening gehouden met het geraamde wettelijk pensioen. Maar de berekeningsmethode van die 80% regel werd begin april aangepast door een nieuwe circulaire van de FOD Financiën.

Wat is een IPT?

Bent u een zelfstandig bedrijfsleider die werkt vanuit een vennootschap? Dan kan u een Individuele Pensioentoezegging (IPT) afsluiten. Dit vormt de ideale aanvulling op het wettelijk pensioen en het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). De premies van uw IPT zijn bovendien integraal fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Hierbij moet u wel rekening houden met de 80%-regel: het wettelijk en aanvullend pensioen mogen samen niet hoger zijn dan 80% van uw normale brutoloon van het laatste jaar.

De 80%-regel wordt dus als volgt opgebouwd:

Aanvullend pensioen ≤ (80% van het normale bruto jaarloon – geraamd wettelijke pensioen)

Geraamd wettelijk pensioen

Een parameter in bovenstaande berekening is het wettelijk pensioen. Voor een lange tijd mochten bedrijfsleiders met een zelfstandig statuut hun wettelijk pensioen forfaitair ramen op 25% van hun bruto jaarloon. Sinds kort moet u echter een proportionele berekeningsmethode hanteren waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • Het tijdstip waarop u de loopbaanjaren presteerde (voor of vanaf 2021).
  • Het sociaal statuut waarin u zich bevond tijdens de loopbaanjaren.

In het kort moet u rekening houden met volgende regels:

  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als zelfstandige vóór 2021: u mag het wettelijk pensioen nog steeds ramen op 25% van uw bruto jaarloon van 2020. Maar opgelet: het bruto jaarloon waarop de 25%-regel wordt toegepast, moet steeds die van het jaar 2020 zijn, ook voor berekeningen in de toekomst.
  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als zelfstandige vanaf 2021: u mag het wettelijk pensioen ramen op 50% van het bruto jaarloon van het jaar waarin de 80%-grens wordt berekend.
  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als werknemer voor 2021: u mag het wettelijk pensioen ramen op 50% van het bruto jaarloon van het jaar waarin de 80%-grens wordt berekend.

Deze nieuwe regeling is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022 (en dus inkomstenjaar 2021). Dit betekent dat u vanaf 1 januari 2021 alle 80%-berekeningen moet uitvoeren aan de hand van bovenstaande methode.

Aanleiding aanpassing regelgeving

De nieuwe regeling ontstond naar aanleiding van een wijziging in de pensioenwetgeving, circulaire 2022/C/33 waarbij voortaan alle als zelfstandige gepresteerde, pensioenvestigende activiteitsjaren meetellen bij de berekening van het wettelijk pensioen. De voorwaarde? Dat dit bij een werknemer ook zou worden meegeteld. Op termijn zorgt dit ervoor dat de pensioenen van werknemers en zelfstandigen meer naar elkaar toegroeien, wat u in de toekomst zeker zal voelen.

Update – 29 augustus 2022

Omwille van de onduidelijkheid en onzekerheid rond de retroactiviteit van de nieuwe regelgeving, werd een addendum gepubliceerd met als doel duidelijkheid te scheppen omtrent de aanslagjaren 2022 en 2023.

Indien men aan bepaalde voorwaarden voldoet, zal de teveel betaalde premie in 2021 en 2022 niet als verworpen uitgave worden beschouwd. De rekening ‘over te dragen kosten’ moet hiervoor wel gebruikt worden. Het excedent (bedrag boven de wettelijke limiet) zal dan dienen als voorschot op de te betalen premie voor het volgende jaar.

Vragen over pensioensparen? Ons team staat voor u klaar.